HET THUISGEVOEL BEPAAL JE ZELF

Niets zo fijn als je ergens thuis te voelen. Vrij en veilig om te doen wat jij wil. In je eigen omgeving, tussen je eigen spullen, achter een deur waarvan jij de sleutel hebt. Maar wat maakt precies dat thuisgevoel? En wat betekent het om een (t)huis te hebben? Filosoof en schrijver Pieter Hoexum mijmert mee over de plek waar het klokje tikt zoals nergens anders.

“Er zit een wonderbaarlijke paradox in de thematiek van het wonen. Enerzijds wil je dat niemand zich bemoeit met hoe je woont en wat je achter je eigen voordeur doet. Anderzijds dient wonen een publiek belang. Juist door een plek te hebben om je terug te trekken wordt de mogelijkheid gecreëerd om uit vrije wil deel te nemen aan de maatschappij. Wonen is zowel een particuliere als een publieke aangelegenheid.”

De noodzaak van een eigen plek

De vrijheid hebben om je af te zonderen of juist naar buiten te gaan, daarin zit volgens Hoexum de waarde van een eigen woning. “Een huis is meer dan een stapel stenen en dakpannen. Het is een voorwaarde voor een gezonde en evenwichtige maatschappij. Een huis gaat over eigenwaarde, een plek van jezelf waar jij de baas bent. Dat maakt dakloosheid ook zo vreselijk; geen eigen plek hebben. De impact daarvan is veel groter dan je denkt. Los nog van de status die een huis met zich meebrengt. Het project Housing first – overgewaaid uit de Verenigde Staten – is precies daarop gericht. Mensen met een afstand tot de maatschappij krijgen eerst een huis als beginstap naar een betere deelname aan de maatschappij. Eerst een huis, dan pas kun je al die andere problemen aanpakken.”

Een uniek concept

Over wonen – of dat nou in een huurhuis of een koopwoning is – moeten we volgens de filosoof dus bepaald niet lichtzinnig doen. “Het aanbieden van een eigen woning dient een collectief belang. Woningcorporaties leveren daar een uitstekende bijdrage aan.” Die instantie is overigens geen vanzelfsprekendheid volgens Hoexum: “De Nederlandse huurderscultuur is vrij bijzonder: de verdeling tussen koop en huur is bij ons ongeveer 50-50 terwijl er in de rest van de wereld relatief minder wordt gehuurd. Ook de woningcorporatie is internationaal een uniek concept, ontstaan rond de invoering van de Woningwet in 1901. Voor die tijd was wonen vooral een particuliere aangelegenheid waar de overheid zich zo min mogelijk mee bemoeide. Gelukkig is daar toen een eind aan gekomen, al wint de privatisering steeds meer terrein. Het zou mooi zijn als er weer één ministerie van Wonen kwam, zoals we dat tot 2010 hadden: het ministerie van Volkshuisvesting. Het thema is nu verdeeld tussen verschillende ministeries.”

Bemoeienis op het gebied van ‘thuis’

De overheid en woningcorporaties hebben een belangrijke taak in het scheppen van de juiste randvoorwaarden voor wonen: een dak boven je hoofd, maar ook een leefbare wijk en essentiële infrastructuur. Toch zit er een grens aan waar overheden en woningcorporaties verantwoordelijk voor zijn of invloed op hebben meent Hoexum. “De bemoeienis op het gebied van ‘thuis’ zou wat mij betreft miniem moeten zijn. Daar gaat alleen de bewoner over: alleen die is in staat een ‘thuisgevoel’ te geven aan zijn woning.” Dat thuisgevoel is volgens Hoexum overigens geen passief gebeuren. “De term lijkt te impliceren dat het een gevoel is dat je overkomt, iets dat het huis je kan geven. Ik ben ervan overtuigd dat ‘thuisgevoel’ een activiteit is en voortkomt uit de dingen die je doet. Zoals onderhoud, schoonmaken of het inrichten of verbouwen van je huis. Het naar je hand zetten van je woning, daarmee maak je verbinding met je huis en wordt het een thuis waarin je hand ‘s nachts feilloos het lichtknopje vindt als je naar de WC gaat.”

De vrijheid om je gang te gaan

Bij het creëren van het thuisgevoel zijn de randvoorwaarden en vooral de vrijheden die je als bewoner hebt van groot belang. “Zoals de vrijheid om de kleur van je eigen kozijnen te bepalen, of zelfs het soort dakpannen op het dak. Thuisgevoel heeft te maken met zaken waar de bewoner zich thuis bij voelt; die zijn niet van hogerhand of centraal te bepalen. Ook niet door architecten of woningcorporaties. Jezelf manifesteren in smaak en leefwijze, daar gaat het om. Naast het aanbieden van de fysieke ruimte – de bakstenen en de dakpannen – is het dus ook de taak van o.a. de woningcorporaties om in de vrijheid te voorzien om je eigen gang te mogen gaan.”

Maatschappelijke opgaves

Makkelijker gezegd dan gedaan overigens. Zeker omdat er ook andere publieke belangen en maatschappelijke opgaves zijn, zoals verduurzaming, leefbaarheid, architectuur en ruimtelijke ordening. Hoexum: “De vrijheid om achter je eigen voordeur te doen en laten wat je wil staat soms op gespannen voet met publieke ambities. Willen we bijvoorbeeld van het gas af, dan heeft dat als consequentie dat huurders zich zullen moeten schikken in de beslissingen die de verhuurder – woningcorporatie of particulier – neemt om daaraan een bijdrage te leveren.

“Dus ook hier weer die paradox”, besluit Hoexum. “Dat is wat mij betreft de rode draad: wonen gaat over het balanceren op de grens tussen privaat en publiek, tussen vrijheid en vrijblijvendheid en tussen collectief en particulier. Waar die begrippen elkaar raken, dat dunne lijntje, daar gaat het om. En ik denk dat woningcorporaties een mooie bijdrage kunnen leveren aan het bewaken en bevorderen van dat evenwicht.”

Over Pieter Hoexum

Pieter Hoexum deed een opleiding aan de kunstacademie en studeerde filosofie. Hij publiceert regelmatig artikelen in onder andere Trouw, De Groene Amsterdammer en Filosofie Magazine. Na zijn boek 'Kleine filosofie van het rijtjeshuis' (2015), verscheen in 2019 'Thuis. Filosofische verkenningen van het alledaagse' van zijn hand.