Het gebouw als instrument in een klimaatbestendige stad

Droge voeten. We staan er als bewoners van ons lage land eigenlijk nauwelijks bij stil dat dat geen vanzelfsprekendheid is. Toch dwingt het veranderende klimaat ons om anders te kijken naar manieren om steden leefbaar te houden en aan te passen aan de steeds hevigere regenbuien en langere perioden van droogte. Jutta Hinterleitner, programmamanager Onderzoek bij de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA), onderzocht de bijdrage die woningcorporaties kunnen leveren aan klimaatbestendig bouwen. Het resultaat is een prachtig boek over de innovatieve inzet van gebouwen. Een boek vol inspiratie én het advies om vooral te beginnen!

“Dat onderzoek heb ik niet in m’n eentje gedaan hoor”, vertelt Hinterleitner. “Integendeel! We hebben vijf teams samengesteld, met experts uit verschillende vakgebieden. Naast ontwerpers, stedenbouwkundigen, landschapsontwerpers en architecten deden bijvoorbeeld ook waterbouwkundigen en duurzaamheidsadviseurs mee aan het ontwerpend onderzoek. En natuurlijk de woningcorporaties. Zo hebben we integraal naar het vraagstuk van klimaatadaptatie kunnen kijken. Dat leverde bijzondere uitkomsten en ideeën op, zoals het gebouw als watermachine die voorziet in zijn eigen groene leefklimaat.”

Inzet op meekoppelkansen

Onderzoek naar mogelijkheden om onze leefomgeving klimaatbestendig te maken is doorgaans gericht op de openbare ruimte. “Best vreemd eigenlijk, want in stedelijke gebieden staan vooral veel huizen. Heel logisch dus om ook te kijken naar welke rol gebouwen kunnen spelen in klimaatadaptatie. En omdat woningcorporaties met elkaar de grootste georganiseerde groep eigenaren zijn van gebouwen in de stad, vormden zij de meest voor de hand liggende partners om mee te werken aan ons onderzoek. Bovendien hebben corporaties onderhoudscycli voor hun woningen, die de kans bieden om op een slimme manier grote slagen te maken in de verduurzaming. Daarom hebben we ons onderzoek zo concreet en pragmatisch mogelijk ingestoken en gezocht naar zogenoemde ‘meekoppelkansen’. Bijvoorbeeld door ook direct een watertank op het dak te installeren, of leidingen aan te leggen voor het hergebruik van grijs- of hemelwater als een pand wordt geïsoleerd.”

Sponswerking van gebouwen

Het enthousiasme voor die aanpak vanuit woningcorporaties was groot. “Zij zijn zich zeer bewust van de noodzaak van verduurzaming maar zoeken soms nog naar de concrete invulling. Ze zien het belang, maar worstelen met de praktijk.” Juist vanuit die praktijk is het onderzoek tot stand gekomen en zijn vijf multidisciplinaire ontwerpteams aan de slag gegaan met vijf verouderde wooncomplexen in Amsterdam, Rotterdam en Zwolle. Een straat in de Rotterdamse wijk Feyenoord is een goed voorbeeld vertelt Hinterleitner. “Die straat is de afgelopen eeuw al drie keer opgehoogd, maar de huizenblokken uiteraard niet. Waardoor het water bij hevige regen vanaf de straat via trappetjes en de voordeur de huizen binnenstroomt. De bijnaam van het huizenblok is toepasselijk ‘het Zwembadblok’. We hebben daar gekeken naar de mogelijke sponswerking van deze gebouwen en hun directe omgeving. Regent het hard en veel, dan vangen de daken het water op, dat vervolgens gereguleerd wordt afgevoerd en opgevangen in een ondergronds krattensysteem in een nieuw aan te leggen groenstrook het midden van de straat.”

Zoetwaterbel in de wijk

Een ander voorbeeld is de wijk Nieuw Assendorp in Zwolle, waar het team een plan bedacht om overtollig regenwater op te slaan in diepe putten. Zodat het op droge momenten weer kan worden opgepompt en ingezet. “Tussen de daken en deze infiltratieputten zorgt een grijswaterbuffer ervoor dat mensen bijvoorbeeld hun wasmachine al met regenwater kunnen draaien. Het water dat overblijft, wordt via diepte-infiltratie opgeslagen in een zoetwaterbel die in een periode van droogte kan worden hergebruikt. Een perfect voorbeeld van hoe je de waterkringloop kunt sluiten!”

Portiektuinen

Voor een portiek-etageflat met vier verdiepingen in de Amsterdamse Waterlandpleinbuurt ontwierp het team een plan om de trappenhuizen te vervangen door interne groene tuinen. “Je loopt dan als bewonen over de – nieuw te bouwen – galerij en komt om de paar meter een prachtige tuin tegen. Door hemelwater op te vangen en te filteren ontstaat een secundair watersysteem dat de tuintjes in droge perioden bewatert. En zo ontstond de gedachte van het gebouw als watermachine die voorziet in zijn eigen groene leefklimaat.”

Balans tussen nut en noodzaak

“Dankzij hun verschillende expertises hebben de teamleden veel van elkaar kunnen leren. Zo behartigden de adviseurs vanuit de woningcorporaties van nature het belang van bewoners, en waren de architecten sneller geneigd om naar de technische kant – de bakstenen en dakpannen – te kijken.” Het is volgens Hinterleitner van belang bewoners – voor wie de maatregelen de grootste gevolgen hebben – mee te nemen in de stappen die je als woningcorporatie neemt. “Door aan te geven wat de aanpassingen zullen zijn, maar ook waaróm die maatregelen zo noodzakelijk zijn. En door te laten zien welke kansen ze bieden. Daarom hebben we in alle praktijksituaties de balans gezocht tussen de noodzakelijke aanpassingen én de verbeterkansen voor het leefklimaat van bewoners.”

Kleine stapjes op de goede weg

De plannen, ontwerpen, adviezen en conclusies van het onderzoek zijn verzameld in het boek Stad x klimaat - Het gebouw als watermachine’ dat de BNA heeft uitgegeven. Hinterleitner: “Het enthousiasme waarmee ons boek is ontvangen, is voor mij een signaal dat we op de goede weg zijn. Maar die weg is nog lang. Woningcorporaties zijn enthousiast over onze ideeën en ontdekkingen maar behoren tot de groep van voorlopers. Daar achteraan komt straks hopelijk de grote meerderheid, die nu het belang van klimaatadaptatie nog niet inziet.” Om die groep in beweging te krijgen is het volgens Hinterleitner essentieel de maatregelen stapsgewijs door te voeren. “Het is ons nadrukkelijke advies geweest om als corporatie vooral aan de slag te gaan, te experimenteren en te onderzoeken wat werkt. Houd het klein, houd het simpel en schaal vanuit daar op. Het klimaatprobleem in één keer oplossen lukt niet. Dat proces is een hobbelige transitie die bestaat uit vele kleine stapjes die we met elkaar moeten zetten. Laten we daar zo snel mogelijk mee beginnen!”

Jutta Hinterleitner is programmamanager Onderzoek bij de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA), die met de TU Delft de handen ineensloeg voor een ontwerpend onderzoekstraject naar klimaatadaptatie. Het traject van zes maanden is afgesloten met de uitgave van het boek Het gebouw als Watermachine - Onderzoek naar de rol van corporatiewoningen in de klimaatadaptatieopgave. Het boek is te bestellen via BNA.nl/shop.