Alleen een huis is een echte oplossing voor dakloosheid

Geen dak boven je hoofd en geen eigen plek om thuis te komen. Wat overblijft voor de 40.000 daklozen in Nederland is de straat. Waar het leven rauw is en primaire zaken als gezondheid en voeding onzeker zijn. Straatarts Michelle Van Tongerloo ziet in haar werk hoe belangrijk het is een thuis te hebben. “Een huis geeft de rust, privacy en veiligheid die nodig zijn voor een gezond leven. Het geeft je eigenwaarde terug.”

“Voordat ik naar Sint Eustatius vertrok, behandelde ik als straatarts in Rotterdam maanden achtereen bulten, vlekjes en puistjes. Muggen, mieren, rupsen, schurft: ze hebben vrij spel op de dikke huid van buitenslapers. Maar hoeveel verzorging ik ook gaf, ik wist dat het zinloos was: alleen woningen lossen de gezondheidsproblemen van daklozen op.” Het tekort aan woningen met een sociaal oogmerk raakt de leefbaarheid van grote steden hard. Van Tongerloo: “Het gaat niet alleen om ruimte voor individuele mensen maar ook voor verschillende instanties die daarvan gebruikmaken, waaronder ik als straatarts. De opvang van verslaafden, van slachtoffers van mensenhandel, jongeren die thuis niet kunnen blijven, begeleid wonen voor mensen met beperkte mogelijkheden, et cetera: het kwam allemaal in het gedrang gekomen vanwege een woningtekort. Daardoor verergeren de maatschappelijke en sociale problemen. Dat is primair erg voor de daklozen zelf, maar secundair ook voor de mensen eromheen. Die worden geconfronteerd met deze mensen die niet verder komen in hun leven en bijvoorbeeld dronken op straat hangen.”

Dubbele crisis

Hoe het zo gekomen is? De oorzaak ligt volgens Van Tongerloo voor een deel in de verandering van overheidsplannen én de gevolgen van de crisis in 2008. “Tussen 2006 en 2010 werden duizenden Rotterdamse daklozen van straat gehaald en in kwalitatief goede opvang, zoals beschermde woonvormen, geplaatst. Even leek het daklozenprobleem opgelost. Maar de financiering hiervoor vanuit het Rijk stopte in 2010, waarna de zorg vanuit gemeentelijke budgetten of de AWBZ moest worden betaald. Ongelukkig genoeg brak in 2008 de economische crisis uit, waardoor de gemeentelijke budgetten onvoldoende bleken. Daarnaast was er voor financiering van een woonplek een CIZ-indicatie nodig: voor veel beschermde woonvormen had je nu een psychiatrische diagnose nodig.”

Pijnlijke paradox

Die diagnose bleek als snel een drempel te zijn voor de – vaak zorg mijdende en zwervende – doelgroep. “Waar je vóór 2010 nog naar een woonvorm kon gaan, waarna onderzoek, diagnostiek en behandeling volgden, moest er nu vooraf een diagnose zijn. Je kwam op de wachtlijst bij een GGZ-instelling nog voordat je op de wachtlijst voor een woning werd geplaatst. Tegen de tijd dat ze aan de beurt waren, bleken veel daklozen alweer naar een andere stad gezworven. Kortom: de kans dat je leven zó ontspoort dat je dakloos wordt, is sindsdien groter, terwijl je tegelijkertijd wel heel diep in de ellende moet zitten om te kunnen worden opgenomen.” Pas na de harde cijfers van vorig jaar – een verdubbeling van het aantal daklozen in tien jaar tijd – een regen aan brandbrieven en druk van de vier grootste gemeenten, lijkt het volgens Van Tongerloo ook in Nederland door te dringen dat het anders moet. “Het kabinet trok in april dit jaar 200 miljoen euro uit om dak- en thuisloosheid terug te dringen en de opvang humaner te maken.”

Niet een-twee-drie

Tegelijkertijd presenteerde het kabinet het plan ‘Een (t)huis, een toekomst’. Aan de basis hiervan ligt het Housing First-principe: een wetenschappelijk bewezen model waarbij een huis aan de basis staat van je herstel. “Finland begon hier als voorloper van Europa twintig jaar geleden al aan. De overheid stelde het menselijk maken van het leven van daklozen als hoogste prioriteit (en begon dus ook betaalbare woningen bouwen). In tegenstelling tot alle andere Europese landen daalt het aantal daklozen daar nog steeds, terwijl ze er ook geld mee besparen: ongeveer 15.000 euro per dakloze per jaar.” Ondanks de erkenning van oorzaak en gevolg, is de oplossing niet een-twee-drie gevonden ziet ook Van Tongerloo: “Rotterdam heeft geen woningen meer over. En ze krijgen ze er ook niet zo makkelijk meer bijgebouwd. Woningcorporaties zijn van goede wil, maar regelgeving zit vaak in de weg. Bouwkosten stijgen en belastingen worden hoger. En er zijn te weinig locaties waar ze mogen bouwen.”

Complexe maatschappij

Toch is het tekort aan beschikbare woningen niet de enige reden voor dakloosheid volgens Van Tongerloo. “Ik zie ook dat het voor veel mensen net iets te lastig is een huis en huishouden te runnen, zeker als je met moeite1 je rekeningen kunt betalen. Daarnaast zie ik in de dagelijkse praktijk de gevolgen van een niet-onderkende zwakbegaafdheid. Die mensen worden vaak enorm overvraagd. Even je toeslagenformulier invullen? Dat is voor mensen met een normale intelligentie al een heel karwei. Vul je het verkeerd in waardoor je maandelijks te veel geld krijgt dat je vervolgens uitgeeft, dan heb je het jaar erna weer een nieuw probleem bij. Het begint klein, maar eindigt in een drama. We leven echt in een complexe maatschappij, met heel veel regeltjes en wetten in wankelende sociale netwerken.”

Overzichtelijk leven

“Dit jaar heb ik als eilandarts op Sint Eustatius – een bijzondere gemeente van Nederland aan de andere kant van de Atlantische Oceaan – zelf ervaren wat het positieve effect is van een overzichtelijker leven. Er wonen hier 3.500 mensen en in twintig minuten rijd je het hele eiland over. Iedereen kent elkaar, iedereen weet dat ik de dokter ben en de meeste mensen weten hoe mijn kinderen eruitzien. Als er iets is met mijn kinderen, dan weet ik dat binnen drie seconde. Mensen letten op elkaar, ze zorgen voor elkaar. Dat heeft een groot effect op de leefbaarheid hier.”

Bevoorrecht beroep

Toch is Van Tongerloo van plan om begin 2021 weer terug te keren als straatarts in Rotterdam. “Het klinkt als een beroep vol ellende, maar er zijn ongelooflijk veel lichtpuntjes. Ik heb me altijd bevoorrecht gevoeld dat ik een inkijk krijg in een deel van de samenleving dat voor veel mensen verborgen blijft, en daar tegelijkertijd een betekenisvolle rol in kan spelen. Bovendien, het moeilijke werk went en veranderde me zelfs in positieve zin. Door het proberen te begrijpen van patiënten die door anderen vaak worden gezien als ‘de moeilijkste mensen’ kon ik bepaalde dingen in het leven, mijn eigen leven, beter plaatsen.”

“Werken als straatarts heeft me veel inzichten opgeleverd. Bijvoorbeeld dat het eigenlijk best simpel is: wil je mensen van straat halen, geef ze dan een huis. Want op die manier kunnen mensen hun leven opbouwen, dat gaat niet vanuit slaapzalen. Er moeten wat mij betreft dus snel meer huizen beschikbaar komen; dat gaat nu echt niet hard genoeg.”

Over Michelle van Tongerloo

In 2019 verruilde Michelle van Tongerloo haar werk in Rotterdam voor een jaar als eilandarts op Sint Eustatius. In februari 2021 keert ze terug als huisarts in Rotterdam-Zuid en pakt ze ook haar werk als straatarts bij de Rotterdamse Pauluskerk weer op. Van Tongerloo is naast straatarts ook freelance schrijver voor De Correspondent. Ze schrijft regelmatig over haar ervaringen en werk met daklozen. Dit interview is deels gebaseerd op haar stuk dat in september op De Correspondent verscheen: Ik werkte als dokter voor daklozen en zag: alleen een huis maakt ze beter.